Na maandenlange omzwervingen

in de arctische, internetloze gebiedsdelen zijn we terug in het enige internetcafé dat deze subtropische negorij rijk is.

Om dat te vieren een distortion van een poeem dat we aantroffen op het onvolprezen POETRY KESSEL-LO POEZIE, bij wijze van smeermiddel tegen de zedenprekers die aan het thuisfront de beduimelde kop weer eens opsteken:

Krankzinnig serviesgoed

*

de ene borst van het meisje
zwoegt zat zwetend in merknaamverpakking
op zoek naar een navelstaarder een vuilnisman een boom
voor haar schreeuwende oven en snoepdoos
want het gloort tussen marsepeinen breeksels
en bijna bereikt zij de bron

*

haar vent is de hort op
links van het stadsdeel voorbij de warrige baard van zijn moeder
zijn lucifers staan garant voor het opstoken van veenbrandjes
niets dat hem weerhoudt van het affikken van het hooi
en de wasvleugelige architectuur van de buitenwijk ‘hé slome!’
en werpt er zijn brandbom

*

de andere borst komt ongepast bloot
en toont het welkome seizoen van haar vlees
het dommelt en schommelt en staart maar
in de vochtige ogen de vet glimmende grijns
als de wolkbreuk maar aanmeert aan haar natte tentakels
lommert zij verzaligd haar grazige weiden

*

hees is z’n stem z’n kop naar omlaag
in de verdampende ijlten
en weer bemerkt hij het dorre het vage
mozaïsch gedrukt staat de ijsbeer
en nu komt ’t: ’t grappigst is de katholieke lokvogel
zij bracht hem om zeep

moraal

wie op boezembemaling let
ziet meer kansen in bed
dan in een dwaas verzet
en spelt de namen a... a z

(kijk naar de houtduif de glimworm de griffioen
ook aardvark en zeeleeuw strijken hun veren
bacterie of brilslang, virus of hoen
vraag het ze zelf, ze doen om te doen
daar kan zelfs de krekel van leren
het enige wat telt is de zuivere zoen

dus vooruit, koester en koffer je meid
want niets dat zo verduiveld voos vrijt)